Vermogen

Bij het vaststellen van bepaalde rechten, wordt gekeken naar vermogen. Voor het aanvragen van bijstand, of voor een kwijtschelding van belastingen, is het bijvoorbeeld van belang te weten hoeveel er op uw bankrekening staat, en wordt ook gevraagd naar andere vormen van bezittingen.

Voor de vaststelling van de hoogte van uw vermogen bekijkt de gemeente welke bezittingen u heeft en hoeveel deze waard zijn. Daarna bekijkt de gemeente of u schulden heeft. Deze worden van het totaalbedrag van uw bezittingen afgetrokken. De uitkomst is de hoogte van uw vermogen. Als u (en uw gezin) een vermogen heeft dat een bepaalde grens overschrijdt, dan heeft u geen recht op bijstand.

Hoogte van uw bezittingen

Voorbeelden van bezittingen waar de gemeente rekening mee houdt zijn:

-Contant geld

-Tegoeden op bank- en girorekeningen

-Tegoeden op spaarrekeningen

-(Vakantie)huizen

-Aandelen

-Auto’s, caravans, motoren en boten

-Waardevolle sieraden en kunst

De gemeente kijkt ook naar bezittingen in het buitenland (zoals huizen, grond of tegoeden op buitenlandse spaarrekeningen).

De volgende zaken worden niet gezien als vermogen:

-Uw inboedel, voor zover deze niet meer waard is dan de opbrengst bij verkoop dan € 2269. Meestal is een gewone inboedel minder waard bij tweedehands-verkoop.

-Een auto, voor zover deze niet meer waard is dan € 2269

-Een bedrag op een rekening dat u heeft gekregen in het kader van de studiefinanciering (WSF2000), tegemoetkoming in de studiekosten (WTOS) of

-in het kader van een persoonsgebonden budget uit de AWBZ -of uw zorgverzekering

-Een bedrag op uw spaarrekening dat niet hoger is dan het normbedrag voor één maand levensonderhoud (inclusief woonlasten en zorgverzekeringspremies)

-Een voorziening voor de verzorging van uw uitvaart of die van uw partner

-Een voorziening die u heeft opgebouwd door deelname aan een levensloopregeling

Bezittingen waar u aan kunt komen

De gemeente houdt niet alleen rekening met bezittingen die u heeft, maar ook met bezittingen die u zou kunnen hebben als u zich hier voor zou inzetten. Voorbeelden hiervan zijn geld dat u aan iemand geleend heeft, maar dat u direct terug kunt vragen of spaargeld dat u op kunt nemen als u een boete betaalt. Als u er zelf voor kiest om vastgezet geld niet op te nemen, een verzekering niet af te kopen of geleend geld niet terug te vragen, dan worden deze bezittingen door uw gemeente toch meegerekend bij het vaststellen van de waarde van uw bezittingen.

Bezittingen waar u niet aan kunt komen

De gemeente houdt geen rekening met bezittingen waar u niet aan kunt komen. De gemeente houdt ook geen rekening met bezittingen die algemeen gebruikelijk zijn, zoals een bankstel, ijskast en persoonlijke sieraden.

Hoogte van uw schulden

Bij het vaststellen van uw vermogen, houdt de gemeente rekening met uw schulden. Deze worden afgetrokken van het bedrag aan bezittingen dat u heeft. De gemeente houdt alleen rekening met schulden:

1.die u heeft aangetoond en

2.die u ook echt moet terugbetalen

U kunt het bestaan van bepaalde schulden aantonen met behulp van bijvoorbeeld een opgemaakte overeenkomst of een akte van schuldbekentenis.

De gemeente hoeft geen rekening te houden met studieschulden in het kader van de WSF 2000 (en de WSF 18+). De reden hiervoor is dat de aflossing van studieschulden afhankelijk is van wat u aan inkomen ontvangt en dat na een bepaalde tijd de studieschuld kan worden kwijtgescholden.

Schulden aan familieleden

De gemeente houdt alleen rekening met een schuld aan een familielid als u aantoont dat u de schuld ook echt moet terugbetalen. Als alleen is bepaald dat u de schuld moet terugbetalen “zodra u daartoe in staat bent”, dan hoeft de gemeente geen rekening te houden met die schuld.

Toekomstige uitgaven

De gemeente houdt bij de bepaling van de hoogte van uw vermogen geen rekening met toekomstige uitgaven.

Interen van vermogen

Heeft u te veel vermogen, dan zal uw aanvraag voor een bijstandsuitkering worden afgewezen. U moet dan eerst het teveel aan eigen vermogen gebruiken om zelf uw levensonderhoud mee te betalen. Dat heet het interen van vermogen.

Vermogensnorm

Wat betreft recht op een bijstandsuitkering en draagkracht bijzondere bijstand, gelden de volgende bedragen. Het vrij te laten vermogen is

-voor gezinnen € 11.840,-

-voor alleenstaanden € 5.920,-

Let op:

In afwijking van deze algemene regel geldt voor aanvragen voor:

– bijzondere bijstand voor levensonderhoud van personen tot 21 jaar

– woonkostentoeslag

– duurzame gebruiksgoederen

het volgende:

Voor deze kosten wordt 100% van het inkomen boven de bijstandsnorm als draagkracht aangemerkt. Bij deze kosten geldt tevens dat 100% van het vermogen dat hoger is dan 1,5 maal de bijstandsnorm draagkracht is.

Voor mensen die een bijstandsuitkering ontvangen en een eigen huis bewonen, geldt een extra vrijlating van maximaal € 49.400

Vermogensnorm recht op IOAW (inkomensvoorziening voor oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers): uw vermogen telt niet mee

Vermogensnorm recht op IOAZ (wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen): € 128.547 ,-

+ Voor aanvullende pensioenvoorzieningen een bedrag tot maximaal € 117.058,-

Bij het bepalen van het recht op kwijtschelding gemeentelijke belastingen hanteert de gemeente momenteel een vermogensnorm van circa € 1450 voor een alleenstaande en circa € 2.000 voor een echtpaar.